Olifantenlook

Knoflook

Knoflook telen op lichtere gronden (zand of zand-leem) geeft doorgaans een relatief magere opbrengst. Planten in maart is zeker af te raden. De opbrengst ligt dan nog een heel stuk lager. Bovendien heeft knoflook heel gemakkelijk last van roest. Om deze twee redenen loont de teelt van knoflook meestal niet de moeite.

Olifantenlook

Ik teel al enkele jaren met succes olifantenlook. De tenen van deze knoflooksoort worden tot ruim 4 cm breed. Een knol heeft meestal 4 tot 6 stevige tenen. De omvang van de bollen is vergelijkbaar met deze van gewone knoflook uit de winkel. Bovendien heb ik tot op heden nog geen last gehad van roest. Enkele jaren geleden had ik ze naast gewone knoflook geplant. De knoflook was van onder (stengel) tot boven (blad) helemaal aangetast door de roest. De olifantenlook had er totaal geen last van. De knoflook was zelfs zo klein dat ik de meeste knollen niet geoogst heb. Sindsdien teel ik enkel nog olifantenlook.

De knollen zijn niet zo gemakkelijk te vinden in de handel en redelijk duur. Daarom teel ik deze zelf. Daartoe gebruik ik ongeveer een derde van de oogst om verder te telen. De kleinere tenen gebruik ik in de keuken. Het heeft mij wel enkele jaren gekost alvorens ik genoeg planten had om én verder te telen én een deel te kunnen gebruiken in de keuken. Maar dat geduld loonde wel de moeite.

De smaak

De smaak van de olifantenlook is vergelijkbaar met die van gewone knoflook die je zelf teelt. Hun smaak is veel zachter, minder uitgesproken dan van knoflook die je in de winkel koopt. Vanuit dat standpunt vormen de grote tenen van de olifantenlook geen probleem bij de verwerking in gerechten: de smaak van 1 stevige teen gaat het gerecht niet overheersen.

Een gesloten bol

Bij olifantenlook kan het gebeuren dat de knol zich niet opsplitst in verschillende tenen, m.a.w. één gesloten knol blijft. Het lijkt mij dat de tenen pas op het einde van de teelt gevormd worden. Drie oorzaken kunnen dit in de hand werken: te laat planten, veel te natte of te droge grond. Bij serreteelt heb je dit normaal meer dan bij teelt in vollegrond. 2018 had ik het voor het eerst voor in vollegrond: door de extreme en langdurige droogte en hitte waren ongeveer 1 op 3 van de bollen niet opgesplitst in tenen. In 2019 waren zelf 39% van de bollen buiten niet geteend. Door de droogte die al in vanaf april begon, begonnen de planten te vroeg te vergelen. Ter vergelijking in de serre had ik dit jaar de planten regelmatig voldoende water gegeven waardoor slechts 20% van de bollen niet geteend waren.

Broedknolletjes

Olifantenlook heeft de eigenschap om onder de eigenlijke knol zeer kleine broedknolletjes te vormen. In de serre had ik zo op 63 planten minstens 288 broedknolletjes. Deze hebben een zeer harde schil. Daardoor duurt het 1 maar doorgaans meerdere jaren alvorens deze beginnen te groeien. Eerst moet die harde schil afbreken alvorens het knolletje kan beginnen te groeien. In volle grond doet dit fenomeen zich minder voor dan bij serreteelt. Ook 2018 en 2019 vormden hierop weer een uitzondering.

Ik heb een keer de planten die uit deze broedknolletjes ontsproten in maart verplant. Na het afsterven hadden deze knollen met een diameter van 2 à 4 cm. Voor de meeste was dit 2 cm. Half september heb ik deze terug uitgeplant. Nu is het afwachten wat het resultaat gaat zijn in 2020.

Momenteel zoek ik uit of en hoe ik deze broedbolletjes onmiddellijk na het uitplanten kan laten uitgroeien door deze eerst in water te laten weken.

Teeltwijze

Ik plant mijn tenen op 20 cm afstand in de rij met een afstand tussen de rijen van 30 cm. Planten doe ik in september – oktober. De planten worden geoogst als ze volledig zijn afgestorven. Dit is eind juli het geval. Zitten ze daarna nog te lang in de grond, dan beginnen ze terug wortel te schieten (ongeveer vanaf eind augustus). Eens de verdroogde stengels zijn weggewaaid, is de juiste plaats waar de knollen in de grond zitten soms minder gemakkelijk terug te vinden. Ik heb de tenen één keer kort na het oogsten (begin augustus) al terug geplant. Deze tenen bouwden eerst een korte rustperiode in alvorens te begonnen groeien.

Bewaren

De knollen kunnen in principe gemakkelijk tot in de lente bewaard worden. Na het oogsten laat je de knollen eerst goed uitzweten door ze op te hangen of door ze in een enkele laag te leggen in een bak met bij voorkeur voldoende verluchtingsgaten in de bodem. Het eerste jaar had ik ze na het oogsten op elkaar in een plastiek bloempot gelegd en daar verder niet naar gekeken. Met als resultaat dat ze in de loop van november – december al begonnen te rotten.Bewaar de knollen bij voorkeur op een donkere plaats.

De tenen hebben een beschermende harde geel-bruine schil. Vooral bij de niet geteende bollen maar ook bij sommige tenen kan die beschermende schil vrij los zitten of loskomen. De hardere geel-bruine schil is dan een fragiel wit en licht velletje. Bij teelt in de serre zal doorgaans enkel de binnenkant van de tenen - daar waar deze tegen elkaar zitten in de bol - een beschermende harde schil hebben. De buitenkant is doorgaans een licht schilletje. Hierdoor gaan deze gemakkelijker rotten. Dit gaat doorgaans relatief traag. Deze bollen/tenen controleer je best regelmatig en verwerk je als eerste.