Arbeidskaart

Sommige buitenlandse werknemers die in België arbeid in loondienst willen verrichten, hebben hiervoor een arbeidskaart nodig. 

Er zijn drie types van arbeidskaarten:

  • arbeidskaart B:
    • geldt voor tewerkstelling in loondienst bij één bepaalde werkgever;
    • de werkgever vervult alle formaliteiten, de arbeidskaart wordt naar de dienst burgerzaken gestuurd;
    • blijft geldig voor de periode die de werkgever opgeeft, maximaal 12 maanden, en kan verlengd worden.
  • arbeidskaart A:
    • geldt voor elk beroep in loondienst bij om het even welke werkgever;
    • wordt toegekend aan een buitenlandse werknemer die kan bewijzen dat hij vier jaar heeft gewerkt met een arbeidskaart B in een periode van tien jaar verblijf onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag. Dat verblijf moet wettig en ononderbroken zijn;
    • blijft geldig voor onbepaalde tijd.
  • arbeidskaart C:
    • geldt voor elk beroep in loondienst bij om het even welke werkgever;
    • wordt toegekend aan buitenlandse werknemers die hier mogen verblijven om andere redenen dan tewerkstelling (bv. studenten, kandidaat-vluchtelingen);
    • blijft geldig voor bepaalde duur.

 

Voor een overzicht van de voorwaarden waaronder buitenlandse werknemers in Vlaanderen en België kunnen werken kan u terecht op de website van het Departement voor Werk en Sociale Economie of bij de provinciale Dienst Economische Migratie van het Departement voor Werk en Sociale Economie.

Mensen met een buitenlandse nationaliteit die in België als zelfstandige willen werken, hebben daarvoor eenberoepskaart voor vreemdelingen nodig.

 

Staatshervorming

De bestaande (federale) regelgeving blijft van kracht, totdat de Vlaamse overheid initiatief neemt om deze regeling te wijzigen. De federale overheid blijft, wat arbeidskaarten betreft, bevoegd voor de arbeidskaart C en voor een aantal vrijstellingen die een rechtstreeks afgeleide zijn van de verblijfssituatie, zoals de vrijstelling voor erkend vluchtelingen. De bestaande (federale) regelgeving blijft van kracht, totdat de Vlaamse overheid initiatief neemt om deze regeling te wijzigen. Tot uiterlijk 31 december 2015 geldt een overgangsperiode. De gewesten zijn op dit moment al bevoegd voor de aflevering van de arbeidskaarten.

 

Procedure
  • De arbeidskaarten A en C vraag je als werknemer zelf aan. Daarvoor moet je een aanvraagdossier indienen bij de provinciale Dienst Economische Migratie.
  • De arbeidskaart B wordt door jouw werkgever aangevraagd.

De dienst Economische Migratie bezorgt je vervolgens jouw arbeidskaart.

 

Uitzonderingen

Onderdanen van de Europese Unie (behalve Kroaten) en van Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland hebben geen arbeidskaart of arbeidsvergunning nodig. Voor andere vrijstellingen en afwijkingen kan je terecht bij de provinciale Dienst Arbeidsmigratie en Uitzendkantoren.

Kroaten moeten nog tot eind juni 2015 een arbeidskaart hebben.